"Cogito ergo sum" "Ik denk dus besta ik" Deze redenering van Descartes
is in ons Westers denken zodanig ingeworteld dat de meeste mensen
het omgekeerde ook hanteren: "Het bestaat als ik het kan bedenken of
begrijpen".
Voor velen en vooral voor mensen met een hogere vorming kan Reiki
niet bestaan omdat het voor hen niet begrijpbaar is. Toen ik mijn eerste
Reiki boek doornam, was ook mijn reactie: "Er zijn gaten in die
redenering, dat kan niet kloppen!". Ik had Reiki gevoeld dus
"waargenomen". Wat ik waarneem moet bestaan en wat bestaat kan ik
bedenken. Reiki bedenken is een poging tot begrip. Dit niveau van
begrijpen zal nooit volledig zijn. In wat volgt, wil ik maar de grens van
mijn begrip enkele millimeters verleggen om Reiki voor mij en ook voor
anderen (deze die kritisch gevormd werden) wat reëler te maken. Uit
ervaring weet ik dat Reiki het rationele denken overschrijdt. Ik zou zelf
durven zeggen dat Reiki een weg is tot een bredere vorm van denken.
Onze Westerse beschaving heeft het ver gebracht met hulp van het
rationele denken. Overgaan tot mysticisme, esoterisme, magie en
toverformules om het rationele en vooral het wetenschappelijke denken
te laten vallen, is mijn inziens achteruitgang. Vooruitgang is maar
mogelijk door vereniging. Vandaar mijn poging om een bruggetje te
bouwen tussen Reiki, wetenschap en spiritualiteit.
Het verenigen van het oneindig kleine en het oneindig grote beleven.
Eerst iets over mijn persoonlijke ervaring. Uitgeput ben ik op een Reiki
behandelingstafel beland. Ik ben vast niet de enige vrouw die de grens
van 50 jaar met moeilijkheden heeft overschreden. Reiki heeft mij toen
geholpen en helpt mij nog iedere dag.
Daarom ben ik mijn Reiki meester tijdloos dankbaar voor haar eerste
Reiki sessies. Bij deze eerste sessies was mijn denkvermogen en vooral
mijn "onder controle houden" door de uitputting verlamd. Gelukkig, want
deze verlamming heeft mij toegelaten mij te laten glijden in een andere
wereld.
De belangrijkste waarneming was een gevoel van liefde. Voor mij was dit
liefdegevoel uit te leggen door het verenigen met iets, het in relatie
brengen met iets. Ik kon dit "iets" niet definiëren en voelde het als heel
abstract aan. Mijn moedertaal is Frans en het woord "amour" vond ik niet
helemaal aangepast aan mijn gevoel. Ik heb het dan maar intuïtief
omgedraaid tot het woord "ruoma". Ik voelde "ruoma" in mijn hart, het gaf
warmte en het voelde goed aan. Na een viertal Reiki beurten was ik al
een heel stuk beter en mijn gewoonte om alles te analyseren kwam weer
op gang.
Mijn Reiki meester werkt niet door direct contact tussen handen en
lichaam maar werkt in de aura op een afstand van ongeveer 8 cm van
het fysische lichaam.
Dat deed mij denken aan Faraday de uitvinder van de elektromotor, de
dynamo en nog veel meer. Hij beschouwde voorwerpen als onderwerpen
van tweede rang. Volgens hem vonden de belangrijke fysieke
gebeurtenissen in de omgevende ruimte plaats - het veld. Hij was de
eerste die sprak over het veld. Faraday was arm geboren (in 1791) en
heeft honger geleden. Hij had praktisch geen schoolopleiding ontvangen
en stamt uit een diep religieus milieu. Zijn kennis van fysica heeft hij
opgebouwd met de hulp van een Encyclopedie, toen hij bij een
boekbinder werkte. Zijn ontdekkingen op gebied en elektriciteit en
magnetisme heeft hij louter op experimentele manier verwezenlijkt.
Zijn begrip 'veld' was haast een mystiek begrip. Zijn uitleg over zijn
elektromagnetische proefnemingen waren voor de met wiskunde
vertrouwde fysici uiterst naïef. Maar Maxwell vertrouwde Faradays
intuïtie onvoorwaardelijk en had als opzet Faradays opvattingen over
elektriciteit en magnetisme om te zetten in een wiskundige vorm. Hij
kwam op een reeks succesvolle vergelijkingen betreffende het
elektromagnetisch veld, alle gekenmerkt door een prachtige symmetrie.
Als wiskundig gevolg van deze symmetrie kwam hij tot de conclusie dat
er elektromagnetische golven moesten bestaan, dat deze golven zich
zouden voortbewegen met de snelheid van het licht en dat zij alle
eigenschappen bezaten die Young en Fresnel op grond van hun
experimenten aan het licht hadden toegedacht.
Daarom verklaarde hij dat lichtgolven en elektromagnetische golven een
en dezelfde moesten zijn. Het duurde meer dan twintig jaar voordat
Maxwells ideeën werden bevestigd door de Duitse fysicus Hertz.
Dit alles om U te zeggen dat ik op de Reiki behandelingstafel ervan
overtuigd werd dat ik mij in een veld bevond en dat ik licht kreeg. Dit licht
of anders gezegd de elektromagnetische golf was ik fysiek gewaar en
moest logisch gezien op subatomair (of deeltjes) niveau werken. Toen
deze conclusie in mijn hoofd geformuleerd werd, liet mijn Reiki meester
mij verstaan dat de behandeling beëindigd was en gaf mij het boek van
Deepak Chopra "Quantumgenezing". Ik was zo hevig geschrokken, want
ik vroeg mij af of zij langs Reikiweg in mijn gedachten kon lezen, dat ik
het boek op haar bureel heb laten liggen. Een week later heb ik het boek
van Chopra weer opgevraagd en in een minimum van tijd verslonden. Ik
heb er prachtige voorbeelden gevonden hoe het denken van de patiënt
een ziektepatroon beïnvloedt, maar geen antwoord op mijn vragen op
subatomair niveau. Chopra spreekt van kwantum (kwanta zijn deeltjes)
en kent de wereld van cellen, moleculen, ADN en neurotransmitters
maar niet de wereld van de subatomaire deeltjes waaruit alle materie is
opgebouwd.
Hij definieert de cel als een geheugen die zich omringt heeft met materie
en zegt dat het organisme de plaats is waar het geheugen woont maar
dat het geheugen permanenter is dan de materie.
Ondertussen kon ik aan de lijve ondervinden dat Reiki op een ongewone
manier oude herinneringen kon doen opkomen. Bijvoorbeeld: Vergeten
details over mijn auto-ongeluk kwamen met enorm veel emotie terug op.
Waar het geheugen zich bevindt is voor onze huidige wetenschap een
absolute onbekende. Ik vroeg mij af : zou het mogelijk zijn dat ik in mijn
cellen en meer bepaald ergens in subatomaire deeltjes, beelden
stockeer? Zou Reiki die subatomaire deeltjes door middel van
elektromagnetische golven treffen en mijn herinneringen weer levend
maken? Ik vond de vraag interessant en besloot het boek "De Tao van
fysica" van Fritjof Capra te lezen om mijn meer dan twintig jaar oude
fysica noties op een aangename manier op te frissen. Zoals de titel het
zegt onderzoekt Fritjof Capra de parallellen tussen de moderne fysica en
de oosterse mystiek. Eerlijk gezegd het is geen al te gemakkelijk boek
om te lezen en ik heb er wat tijd overgedaan.
Na twaalf Reiki beurten ben ik om drie redenen met mijn Reiki
behandeling gestopt.
Het oneindig kleine beschouwen
Het menselijk brein is misschien nog niet voldoende ontwikkeld om de
kwantumrealiteit te begrijpen maar wij zullen het toch beschouwen.
Alles begon met Lord Rutherford, die omstreeks 1910 ontdekte dat een
atoom niet ondeelbaar was, maar een kern plus elektronen bevatte.
Vandaar begon voor de fysica een lange reis door het oneindig kleine.
De orde van grootte van de atomen is zo ver van onze schaal verwijderd,
dat het niet gemakkelijk is daarvan een gevoel te krijgen.
De doorsnede van een atoom is ongeveer één honderdmiljoenste
centimeter.
Wil je een beeld van deze minieme omvang vormen, blaas dan in
gedachten een sinaasappel op tot hij zo groot is als de aarde; de atomen
van die reusachtige sinaasappel is dan zo groot als kersen. Ontelbare
kersen, dicht opeen gepakt in een bol zo groot als de aarde - dat is een
ongelooflijk sterk uitvergroot beeld van de atomen in een sinaasappel.
Een atoom bestaat vooral uit lege ruimte en is op zich weer reusachtig
groot vergeleken met de kern in zijn centrum. In ons beeld van atomen
zo groot als kersen zou de kern zo klein zijn, dat wij hem niet zouden
zien. Om de kern voor ons zichtbaar te maken, zouden we het atoom tot
de omvang van de grootste koepel ter wereld moeten opblazen, de
koepel van Sint Pieter in Rome. In een atoom van die omvang zou de
kern zo groot zijn als een korrel zout. Een korrel zout midden in de
koepel, met stofjes (= de elektronen) die daar in de enorme ruimte van
de koepel omheen zwermen - zo kunnen we ons de kern en de
elektronen van een atoom voorstellen.
Dus in het atoom bewegen uiterst kleine deeltjes in hun voor hun groot
ruimtegebied.
Die deeltjes, of de subatomaire eenheden van de materie kunnen wij ons
moeilijk voorstellen. Wij bevinden ons daar op de limiet van de materie
en ook de limiet van ons rationeel denken.
Het is prins Louis-Victor de Broglie, die in een spreekbeurt als student
heeft aangetoond dat deeltjes golven zijn. Voor deze dissertatie kreeg hij
een Nobelprijs.
(De enige fysicus die zo jong en met zo weinig moeite een Nobelprijs
won: als prins geboren zijn…..)
Voor ons denken is het tegenstrijdig dat een deeltje - dwz. een entiteit
die tot een zeer klein volume beperkt is, tezelfdertijd een golf is die per
definitie over een groot ruimtegebied is uitgespreid.
Deze tegenstelling tussen het deeltjes - en het golfbeeld werd opgelost
met de hypothese dat op subatomair niveau de materie niet met
zekerheid bestaat op een welbepaalde plaats, maar vertoont 'tendensen
om te bestaan', en gebeurtenissen vinden niet met zekerheid op een
welbepaalde plaats maar vertonen 'tendensen om te gebeuren'. Op
subatomair niveau lossen de voorwerpen op en gaan over in op golven
lijkende waarschijnlijkheidspatronen, en in laatste instantie staan die
patronen niet voor de waarschijnlijkheid van dingen, maar voor de
waarschijnlijkheid van onderlinge relaties. Als we dus in de materie
doordringen toont de natuur ons geen 'fundamentele bouwstenen', maar
verschijnt ze voor ons als een gecompliceerd web van relaties tussen de
verschillende delen van het geheel.
Maar waardoor ervaren wij de materie als massief en ondoordringbaar?
Hoewel atomen uit meer dan 99,99 procent ruimte bestaat kan ons
lichaam er niet door. Het golf/deeltjes -karakter van de subatomaire
wereld vormt de uitleg.
Dit karakter vinden wij nergens terug in onze macroscopische wereld.
Altijd als een deeltje in een kleine ruimte opgesloten wordt reageert het
door zich daarin rond te bewegen, en hoe kleiner het gebied is hoe
sneller het deeltjes zich daarin rond beweegt. Nu hebben we in het
atoom te maken met twee elkaar tegenwerkende krachten. Enerzijds
worden de elektronen (negatief geladen) aan de kern (bestaande uit
neutronen en positief geladen protonen) gebonden door elektrische
krachten, die ze zo dicht mogelijk trachten te houden. Anderzijds
reageren ze op hun opsluiting door rond te vliegen, en hoe dichter ze
aan de kern gebonden zijn, hoe sneller ze zullen bewegen. Wanneer
elektronen in een atoom opgesloten zijn, hebben ze de enorme snelheid
van duizend kilometer per seconde. Door deze enorme snelheid lijkt het
atoom een massieve bol. Daarbij komt nog dat elektronen door hun
lading niet te dicht bij elkaar kunnen komen. De elektronen van ons
lichaam worden weggeduwd door de elektronen van de materie die wij
vast houden.
De wetenschappelijke vooruitgang is onlosmakelijk verbonden met
instrumenten.
Het belangrijkste werktuig van de natuurkunde van de afgelopen
tientallen jaren is de deeltjesversneller. De versneller laat toe van in het
atoom door te dringen door botsingen te produceren. Zo bestudeert men
steeds kleinere objecten met steeds krachtigere versnellers, die enorm
veel energie (en geld) vergen.
De versneller werkt met gewone deeltjes (zoals elektronen, protonen,
antiprotonen en positronen), levert ze extra energie (met magneten) en
laat ze op elkaar botsen.
Uit die botsingen komen andere deeltjes te voorschijn. Zo weet men dat
een proton van de kern van het atoom bestaat uit drie quarks. In feite
heeft niemand ooit een quark gezien. Er wordt met indirecte bewijzen
gewerkt. Deeltjes botsen in een deeltjesversneller tegen elkaar.
Gecompliceerde elektronische apparaten ontvangen en verwerken
elektrische impulsen, die door de deeltjes worden opgewekt, in een grote
verscheidenheid aan sensoren in de detector. Een computer
interpreteert de elektronische impulsen uit de detector en zend het
resultaat ervan op een monitor.
Met dit zicht roepen de wetenschappers (in het engels)"Kijk eens aan
een quark!"
Zo gaat men verder en verder in de materie en vindt men kleinere en
kleinere deeltjes en wordt er meer en meer geweten over de krachten
die leiden tot complexe structuren.
Ons rationalistisch beeld van tijd en ruimte verdwijnt in het oneindig
kleine.
Bij alle wisselwerkingen treden er schepping en vernietiging van deeltjes
op.
Bij elk deeltje bestaat een anti -deeltje, met dezelfde massa maar
tegengestelde lading.
Het anti -deeltje van een elektron, bijvoorbeeld, wordt positron genoemd.
Er is een fundamentele symmetrie tussen deeltjes en anti -deeltjes. Zo
spreekt men van materie en antimaterie. Als materie en antimaterie
elkaar ontmoeten, verdwijnt de materie in een flits van zuivere energie.
In een deeltjesversneller kan men meer dan vijf miljoen botsingen per
seconde tussen elektronen en positronen veroorzaken waardoor licht
wordt uitgestraald.
Om wisselwerkingen tussen deeltjes in beeld te brengen gebruikt de
relativistische fysica ruimte –tijd -diagrammen. Alle ruimte –tijd -
diagrammen kunnen in beide richtingen worden gelezen. Bij elk proces is
er een overeenkomstig proces, waarbij de richting van de tijd is
omgekeerd, en de deeltjes vervangen door anti -deeltjes.
Positronen kunnen worden geïnterpreteerd als elektronen die zich
achterwaarts in de tijd bewegen. In een ruimte –tijd -diagram kunnen alle
deeltjes voorwaarts en achterwaarts in de tijd bewegen, net zoals ze in
de ruimte naar links en rechts kunnen gaan. Onze opvatting van de
tijdsvolgorde bestaat niet meer in de deeltjes fysica. De prins van de
kwantumfysica Louis-Victor de Broglie beschrijft dit als volgt: "In de
ruimte-tijd is alles, wat voor elk van ons het verleden, het heden en de
toekomst vormt, 'en bloc' gegeven. We zien het anders. Naarmate voor
ons onze eigen tijd verstrijkt, ontdekken wij zo te zeggen, nieuwe
'schijven' ruimte -tijd, die op ons als opeenvolgende aspecten van de
materiële wereld overkomen, alhoewel in werkelijkheid de gehele
verzameling gebeurtenissen die samen de ruimte -tijd vormen vóór ons
bewustzijn ervan bestond."
Als we de wisselwerking van deeltjes in beeld brengen, dan moet dat in
één vierdimensionale momentopname, die zowel de hele tijdspanne als
het hele ruimtegebied bevat. Op deeltjes niveau faalt ons rationeel
denken want onze één richting tijdswaarneming van verleden naar
toekomst is niet meer van toepassing.
Ons rationeel denken wordt op deeltjesniveau nog aangetast door het
feit dat continuïteit niet bestaat in de kwantum wereld. Continuïteit wordt
vervangen door discreetheid. Het is alsof in de kwantum wereld vloeistof
wordt vervangen door fijn zand. De geschiedenis van de kwantumfysica
is juist honderd jaar geleden begonnen wanneer Max Planck de eerste
kwantum sprongen ontdekte, toen hij bestudeerde hoe materie
reageerde op warmtegolven. De materie nam de energie niet op een
continue manier op, maar met sprongetjes. Voor iedere sprong was de
breuk opgenomen energie / trillingsfrequentie van de straling een
constante. Deze door hem h genoemde waarde, is nu de constante van
Planck. Deze constante veroorzaakte een omwenteling in de fysica want
van dan af begon het in de wereld van de fysica sprongen te maken.
Gedaan met de schone continue beweging van de slinger.
Het springt in de deeltjeswereld. Maar het onaangename voor deze
wetenschap, die exact wil zijn, is dat het merendeel van die sprongen
niet te voorzien zijn. Rond 1925 werd de waarschijnlijkheidsleer
toegepast op dit gebied van de natuurkunde. Men kon de beweging van
deeltjes alleen met een zekere waarschijnlijkheid voorspellen. Als men
bijvoorbeeld waarneemt dat een elektron vertrekt van punt A en men
stelt vast dat het bij punt B aankomt, lijkt het een natuurlijke zaak om aan
te nemen dat het een bepaalde weg van A naar B heeft gevolgd. De
kwantumtheorie ontkent dit en stelt dat we de weg niet kunnen kennen.
Alle wegen zijn mogelijk, en elke weg heeft zijn eigen waarschijnlijkheid.
De klassieke opvatting van oorzaak en gevolg wordt dus vervangen door
statistische causaliteit. De wetten van de atomaire natuurkunde zijn
statistische wetten. In de kwantumnatuurkunde is het het geheel die het
gedrag van de delen bepaalt. Naarmate we op steeds kleinere
afmetingen richten wordt de invloed van niet-lokale verbindingen steeds
sterker. Het heelal in zijn geheel heeft invloed op de deeltjes. En ons
denken ook, maar dat is een andere geschiedenis……..
Het scheppingsverhaal of wat de hedendaagse natuurkundigen zoeken
Uit vorige beschouwingen verstaan wij waarom de deeltjesfysica en de
astrofysica in de laatste jaren nauw werden verbonden.
Terwijl de mensen van de deeltjeswereld steeds krachtiger microscoop
versnellers bouwden om in het subnucleaire gebied te kunnen kijken,
verzamelden hun collega's die zich met de wereldruimte bezighouden, gegevens
met steeds sterkere telescopen. Zodoende werd de ruimte geobserveerd vanaf
satellieten met instrument aan boord die de complete bandbreedte van het
elektromagnetisch spectrum konden bestuderen. Zowel de deeltjesversnellers als
de telescopen kunnen we als tijdmachines beschouwen die de ontwikkeling van
het heelal bestuderen.
De synthese van wat er in de kosmologie bereikt wordt, bestaat uit het
'kosmologisch standaard model'. Volgens dit model begon het heelal ongeveer
15 miljard jaar geleden als een hete, dichte, compacte toestand. Het heelal was
toen bijna oneindig dicht en bijna oneindig heet. Door oorzaken die we wellicht
nooit zullen kennen explodeerde het heelal met de Big Bang de Oerknal.
Tijdens de eerste ogenblikken na het ontstaan vormde het jonge heelal een hete
soep van oerdeeltjes die op elkaar botsen met energieën die wij ons moeilijk
kunnen voorstellen. Naarmate het heelal expandeert, koelt het af. De afnemende
energie materialiseert zich in deeltjes. In feite gaat het heelal omgekeerd te werk
dan onze deeltjesversneller. Energie onder de vorm van licht wordt omgezet in
materie en antimaterie: dit is in deeltjes en antideeltjes. Wij vinden dus het
bijbels verhaal terug dat licht de oorsprong van het universum vormt. In alle
religieuze mythen treffen wij de grondgedachte dat het licht de drager is van
onze essentie. Licht maakt deel uit van alle lichamen die door de natuur zijn
gevormd.
Het hebreeuws scheppingsverhaal "Roua Aelohim aour" heeft mij altijd ergens
geïntrigeerd door zijn onvolledige symmetrie.
Het woord roua wil zeggen adem. Aelohim is de kracht of 'God' in een meer
universele betekenis. Het woord aour is het licht. De drie woorden suggereren
mij dat de goddelijke adem door een terugkeer op zichzelf (of eigen liefde) licht
wordt.
Het woord licht (aour) is het spiegelbeeld van het woord adem (roua) maar niet
helemaal. Welke betekenis schuilt er achter deze onvolledige symmetrie?
Is het de onvolledige symmetrie tussen materie en antimaterie?
Vandaag de dag kunnen we antideeltjes creëren in grote deeltjesversnellers maar
tot dusver hebben we nog geen feitelijke waarneming gedaan van antimaterie in
het heelal. De aarde en het zonnestelsel zijn natuurlijk samengesteld uit materie.
We zien antideeltjes alleen maar verschijnen als kosmische straling en misschien
is daar wel een reden voor.
In feite weten de natuurkundigen niet hoe materie (of massa) gevormd wordt.
Om de manier te vinden waarop God het heelal heeft geschapen zoeken de
huidige natuurkundigen het Higgs-deeltje. Daarvoor wordt een zeer krachtige
deeltjesversneller in Genčve (CERN -laboratorium) gebouwd. Dit Higgs-deeltje
zou de functie hebben massa te verlenen aan massaloze deeltjes en zou daardoor
de ware symmetrie van de wereld verbergen. Volgens de nieuwe voorstelling
bevat de gehele ruimte een veld, het Higgs-veld, dat overal het vacuüm
doordringt en ook overal hetzelfde is. Onder invloed van dit veld verkrijgen
deeltjes massa. De theoretici beweren dat de massa's van de deeltjes een
maatstaf zijn voor hun koppeling aan het Higgs-veld. Tot op heden hebben we
geen idee welke regels de massatoename onder invloed van het Higgs-veld
beheersen.
Met de theorie van het Higgs-veld komt de hedendaagse natuurkunde dichter bij
de Chinese filosofie met de opvatting dat de Tao leeg en zonder vorm is en toch
alle vormen voortbrengt. Het woord 'chi' werd in het oude China gebruikt om de
vitale adem of energie aan te duiden, die de hele kosmos in leven houdt. De chi
wordt gezien als een ijle en niet waarneembare vorm van materie, die door de
hele ruimte aanwezig is, en zich tot massieve materiële voorwerpen kan
verdichten.
Dit kunnen wij illustreren met de woorden van Chang Tsai:
"Als chi zich verdicht, dan treedt de zichtbaarheid ervan in verschijning, zodat er
dan vormen zijn. Als chi zich verstrooit, is de zichtbaarheid ervan niet langer in
verschijning, en zijn er geen vormen."
De chi vormt niet alleen het wezen dat aan de grondslag ligt aan alle materiële
voorwerpen, maar het draagt bovendien, in de vorm van golven, de wederzijdse
wisselwerking van die voorwerpen.
Zowel deeltjes als het licht hebben een dubbel karakter, zij nemen een klein
volume in maar zijn ook golven.
Het is Einstein die het eerst veronderstelde dat licht en alle andere vormen van
elektromagnetische straling niet alleen als golven maar ook in de vorm van
kwanta (of energiepakketjes) verschijnen. Sindsdien zijn deze lichtkwanta -
waaraan de kwantumtheorie zijn naam ontleent - als deeltjes geaccepteerd en
worden nu fotonen genoemd. Het zijn wel deeltjes met een heel speciaal
karakter, omdat ze massaloos zijn en ze bewegen altijd met de snelheid van het
licht. Ze kunnen verschillende frequenties (= trillingen per seconde) hebben.
Die trillingen kunnen ons ook doen denken aan het bijbels verhaal dat zegt: " in
den beginne was het Woord…. ".
De muziek van de Geest zal nooit iets anders te horen kunnen geven dan
variaties op het thema van het licht.
Teilhard de Chardin zegt in zijn evolutietheorie dat de evolutie zoals hij het
geobserveerd heeft niet mogelijk is zonder dat ieder deeltje geest bevat.
Met het deeltje zitten wij op de limiet van de materie. Zou het niet logisch zijn
dat men op deze limiet karakteristieken zal aantreffen van onze denkwereld?
Een denkwereld die zich uitdrukt in golven of trillingen. Golven hebben als
karakteristiek dat zij met elkaar interfereren. Golven die uit fase zijn
veroorzaken een destructieve interferentie. Golven die praktisch in fase zijn
versterken elkaar met een constructieve interferentie.
Zo heeft ons denken een invloed op de deeltjes wereld. De geest, uitgedrukt in
het golfkarakter van het deeltje, is een aspect van de deeltjes wereld. Het is het
belangrijkste aspect, dat het geheel staande houdt.
Reeds in het beginstadium van de kwantumfysica waren er kleine feiten die
aantoonden dat het denken de materie beïnvloedt: Bijvoorbeeld, Lord
Rutherford die als experimentator de structuur van het atoom bestudeerde, stond
bekend om zijn overtuiging dat vloeken ervoor zorgde dat een experiment beter
verliep. Een opvatting die door zijn experimentele resultaten werden bevestigd,
maar niet in de theorie werd opgenomen!
In de wereld van de materie zorgen de natuurkundige wetten ervoor dat de
wanorde alleen maar erger kan worden. Het denken bezit echter het vermogen
om in te grijpen in de natuurlijke evolutie van de materie, om de onontkoombare
gang van de materie naar chaos en dood enigszins te vertragen of om te draaien
door haar orde in te blazen die zij uit zichzelf niet kan scheppen. Ieder deeltje
moet geest bezitten om te kunnen antwoorden aan het ordeningsprincipe. Ieder
deeltje heeft energie meegekregen, geworteld in het materiedeeltje of het
energiepakketje van het foton. Maar ieder deeltje heeft ook geest meegekregen
in zijn vermogen van verandering en ordening dat men terugvindt in zijn
beweging. Beweging die onze tijd ruimte notie overschrijdt en ons leert dat onze
geest op dezelfde manier niet vast zit in ruimte en tijd.
Vele natuurkundigen, waaronder Einstein en de Broglie, waren niet gelukkig
met de interpretatie van de golffunctie van het deeltje als
waarschijnlijkheidsgolf.
Einstein noemde God "de Oude" en argumenteerde : "De Oude dobbelt niet met
het heelal". Wat er op wijst dat hij in deze vibratie de stempel van het
bovennatuurlijke zag.
De deeltjes, ons lichaam en Reiki
In de kwantummechanica wordt de golffunctie van het deeltje (toeval of niet)
"psi" genoemd.
Reiki is volgens mij niet begrijpbaar als wij niet aannemen dat deze psi- functie
een koppeling uitvoert tussen de binnenwereld van het deeltje en de
buitenwereld.
Binnen en buitenwereld die allebei geest en materie bevatten.
De enige fysicus, die de stap heeft durven zetten tussen geest en materie is de
franse fysicus Jean E. Charon. Hij plaatst gans onze psychische energie in het
elektron.
Ik zou zeggen dat door de communicatiemogelijkheden en
bewegingsmogelijkheden die het elektron bezit, het verstandigste deeltje vormt
in het universum.
Volgens Charon is de evolutie erop gericht om van elke elektron onophoudelijk
het niveau van psychische energie te verhogen en dientengevolge het psychisme
op kosmische schaal te verhogen.
Misschien moet ik u het elektron wat beter voorstellen.
Een elektron wordt voorgesteld als een bol van elektrische lading die snel rond
een as tolt en een magnetisch veld opwekt.
De straal van een elektron is minder dan 10 -18 centimeter (zet nul met 17 nullen
na de komma). Hoe een elektron met een 'nul' straal een massa heeft en rond
deze tweemaal 'nul' straal tolt (= draait op zichzelf) doet wat raadselachtig aan.
De massa van het elektron is 10 -30 kilogram en heeft van alle deeltjes waarvan
de massa niet uitgesproken nul is de kleinste massa.
Men spreekt van puntmassa's, puntladingen en puntdraai-impulsen.
De beweging van het elektron is zoals vroeger gezegd alleen statistisch te
voorzien en voorgesteld in een psi-golf. Een psi =0 bijvoorbeeld wil in de
golffunctie zeggen dat men daar het elektron nooit zal vinden.
Het elektron heeft ook twee verschillende magneten: een interne (van de rotatie
of 'spin') en een externe (die van de omloopbaan rond de kern).
We noemen een organisme een deeltjesverzameling die verenigd is in hetzelfde
lichaam. Dit organisme (ik beschouw hier ons eigen lichaam), bezit een binnen
en een buitenwereld.
In onze binnenwereld voelen wij een eenheid. Maar deze binnenwereld heeft
langs onze elektronen om ook de mogelijkheid om te communiceren met de
buitenwereld en dit op een manier die verder gaat dan wij denken.
Ons lichaam bestaat uit miljarden elektronen die zorgen voor de eenheid (de
binding) van de atomen in ons lichaam maar ook voor de communicatie met de
buitenwereld.
Zowel Newton als Maxwell hadden problemen met het idee dat er een werking
op afstand zou kunnen bestaan tussen elektronen. Maar volgens welk
mechanisme gaat het dan wel in zijn werk? In feite is het mechanisme
gelijkaardig als de invloed van de maan op de getijden op aarde.
De theorie van de wisselwerking op afstand tussen elektronen dateert van de
jaren vijftig en is dus vrij recent. Deze theorie is genormaliseerd in de quantum-
electrodynamica of QED. Deze theorie omvat zowel de kwantumtheorie als de
relativiteitstheorie en beschrijft de elektromagnetische wisselwerkingen.
De QED theorie is een veldtheorie en levert daardoor een fysische voorstelling
van de wijze waarop een kracht tussen twee deeltjes wordt overgedragen.
Volgens QED is het veld gekwantificeerd, dat wil zeggen opgesplitst in kwanta -
wederom deeltjes. Maar nu zijn het geen materie deeltjes. Het zijn deeltjes van
het veld. Ze dragen de kracht over door zich met de snelheid van het licht tussen
twee wisselwerkende materiedeeltjes voor te bewegen. Dit zijn
boodschapperdeeltjes die in de QED fotonen worden genoemd. Dus wordt in de
QED theorie krachten voorgesteld met boodschapperdeeltjes.
Men kan zich een kokende soep van virtuele gebeurtenissen voorstellen met een
elektron dat kwantumpulseringen van het omringende veld voelt.
Een geladen deeltje kan een boodschapperfoton uitzenden. Dit foton kan virtueel
oplossen in een paar tegengestelde deeltjes (een elektron en een positron) -totaal
vluchtig - om zich vervolgens te herstellen in één foton. Een in de leegte
geïsoleerde elektron wordt verstoord door het virtuele foton en beïnvloed door
het virtuele paar, en het wankelt als gevolg van de vergankelijke magnetische
krachten. Deze en andere subtiele processen verbinden het elektron, zij het dan
ook zwak, met alle bestaande geladen deeltjes. Dit geeft een wijziging van de
eigenschappen van het elektron tot gevolg. In het eigenzinnig spraakgebruik van
de theoretische natuurkunde is het 'naakte' elektron een denkbeeldig object dat is
afgesneden van de invloeden van het veld. Terwijl een 'aangekleed' elektron de
stempel van het heelal draagt maar het gaat gekleed met uiterst kleine
wijzigingen van de naakte eigenschappen.
Jean E. Charon gaat verder met dit beeld van de theoretische fysica en spreekt
van psychische interacties van de elektronen van een organisme met elkaar en
met de buitenwereld. Het elektron noemt hij psychomaterie en bevestigt dat
dode stof nooit alleen bestaat. Ze is altijd verbonden met psychomaterie wat aan
het geheel eigenschappen verleent die zowel fysisch als geestelijk zijn.
Het verkrijgen van informatie door een elektron van andere elektronen noemt hij
kennis.
Het in de natuurkunde gekende uitwisseling van spin (of hoeveelheid rotatie)
noemt Charon liefde.
Een derde eigenschap van het elektron is het vermogen tot handelen, dat
resulteert in de daad. Dit is de 'reflexwerking' van de kennis, in de vorm van een
informatie die door het elektron wordt afgestaan aan de waarneembare wereld
van de materie. Die informatie kan bijvoorbeeld tot doel hebben de beweging
van de elektron in zijn buitenwereld mogelijk te maken.
Anders geformuleerd zou men kunnen zeggen dat via de kennis de
waarneembare wereld het initiatief bezit om op het elektron in te werken
(invloed van de omgeving), terwijl in de daad het elektron het initiatief neemt
om op de buitenwereld in te werken (invloed van de wil). Als laatste noemen we
het vermogen tot beschouwen, de fundamentele eigenschap van het elektron om
alle signalen in zijn microkosmos te ordenen met betrekking tot elkaar. De
microkosmos is de plaats van het geheugen.
Als wij deze twee gegevens samenbrengen: dat onze elektronen de stempel van
het heelal dragen en dat onze geest geworteld zit in onze elektronen wordt het
begrip astrologie ontsluierd.
Maar hoe brengen wij deze twee gegevens samen in onze Reiki-ervaring?
Spijtig genoeg beschik ik niet over de nodige gegevens om alle
gevolgtrekkingen te vinden daar ik geen Reiki meester ben en daarbij ook geen
fysicus.
Toch kan ik zonder aarzelen zeggen dat Reiki een methode is om het veld te
intensifiëren en daardoor de interacties of wisselwerking tussen de elektronen
van ons lichaam en de buitenwereld te vergroten.
Ieder Reiki- beoefenaar zal ermee akkoord gaan dat er gewaarwordingen zijn op
energetisch en psychisch niveau.
De fysica is zodanig gevorderd dat ik zonder aarzelen kan zeggen dat het
onmogelijk is dat Reiki niets te maken heeft met elektronen. Reiki kan niet
direct op deeltjes van de kern van het atoom werken want dan zouden de stralen
gevaarlijk zijn (onder andere gammastralen) en men kan met zekerheid zeggen
dat alleen elektronen blijvend rond de kern draaien.
Daarentegen zijn er voor de fysica nog altijd onbekenden in het gedrag van de
elektronen en meer bepaald in hun communicatiemogelijkheden. Twee
tezelfdertijd geschapen elektronen bijvoorbeeld communiceren met elkaar
ogenblikkelijk.
Indien men energetisch werkt op een elektron zal het andere tezelfdertijd
geschapen elektron, op welke afstand hij zich in het universum ook bevindt, het
ogenblikkelijk gewaar worden. Dit is een onbekende voor de fysica, want
communicatie kan volgens de relativiteitswetten niet vlugger gaan dan het licht.
Reiki zou kunnen beroep doen op deze onbekende zone van de fysica.
Hoe wordt het veld geconcentreerd of geïntensifieerd door de Reiki
geïnitieerde?
De Reiki geïnitieerde treedt op als kanaal, dus moeten het zijn elektronen zijn
die over een bijkomende mogelijkheid beschikken om het veld te intensifiëren.
De elektronen van de gever beschikken, zoals hoger gezegd over 2 magneten.
Een derde magneet kan toegevoegd worden indien vrije elektronen (dit zijn
elektronen niet gebonden aan een kern) ronddraaien in de chakras om zo het
veld te intensifiëren.
Door deze derde mogelijkheid worden de elektronen van de gever beter
'aangekleed' in termen van de fysici of staan in contact met de Universele
Energie in Reiki woorden.
De wisselwerking tussen de elektronen van de gever en van de ontvanger wordt
ook tezelfdertijd geïntensifieerd.
Het heeft me tijd en moeite gekost om aan te nemen dat mijn geheugen, mijn
beschouwingsvermogen, mijn geest en waarschijnlijk ook mijn ziel zich in de
miljarden elektronen van mijn lichaam bevinden. Het was voor mij maar
aanneembaar na het lezen van het boek van Jean E. Charon "Ik leef al 15 miljard
jaar". Jean E. Charon heeft als fysicus de relativiteitstheorie Van Einstein
bijgewerkt tot wat hij noemt de complexe relativiteitstheorie. Charon heeft deze
theorie op alle mogelijke manieren verdedigd maar zijn theorie werd niet door
de officiële fysica aangenomen.
De complexe relativiteitstheorie neemt aan dat er een 'onzichtbare' ruimte
bestaat naast onze gewone waarneembare ruimte. Er is dus niet alleen een
denkbeeldige tijd die zich afspeelt in een reële waarneembare ruimte, zoals de
algemene relativiteitstheorie aanneemt, maar er is ook nog een imaginaire
ruimte die zich afspeelt in de reële tijd. Door de ontdekking van deze nieuwe,
onzichtbare ruimte kwamen op de 'raadselachtigheden' van het elektron meteen
minder verrassende antwoorden. Het elektron zou een elementair deeltje zijn dat
zich volledig in de onzichtbare ruimte bevindt, een kosmische enclave op
atomair niveau. Dit kan de verklaring zijn van het feit dat het waarneembare
volume ervan gelijk is aan nul, ondanks het feit dat de massa ervan ongelijk is
aan nul. Het elektron bevindt zich gewoon ergens anders dan in de
waarneembare ruimte. Het bevindt zich in de onzichtbare ruimte, en met de
waarneembare ruimte heeft het niet meer contact dan een punt zou hebben. Het
elektron beweegt dus naast de materie. Het is in de onzichtbare ruimte die in het
hart van het elektron besloten zit dat men volgens Charon de psychische
eigenschappen vindt.
In de complexe relativiteitstheorie wordt het heelal in zijn totaliteit, dat wil
zeggen met inbegrip van ruimte en tijd, beschreven alsof het een waarneembare
'buiten' en een onzichtbare 'binnen' bezit. Hierbij wisselen de dimensies tijd en
ruimte van rol wanneer men van buiten naar binnen gaat en omgekeerd. In het
'binnen' verandert de tijd van richting en verloopt dus van toekomst naar
verleden.
Onze materiele wereld zou een spiegelbeeld zijn van wat zich afspeelt aan de
andere kant van de spiegel in het onzichtbare, waar de geest zich bevindt.
Besluit
Ik heb hier alleen gepoogd om een synthese te vormen tussen mijn Reiki - ervaring en de voor mij beschikbare kennis. Ervaring en kennis, per definitie onvolledig, maar misschien een vertrekpunt voor een beter begrip van de wereld van het oneindig kleine.é De kwantumfysica bewijst ons één zaak: dat wij wezens in wisselwerking zijn. Reiki geeft ons het gevoel dat wij deze wisselwerking tussen ons en tussen het universum kunnen intensifiëren.é Voor het boeddhisme is het een groot geluk van over een mensenlichaam te kunnen beschikken: ons lichaam is op aarde de beste machine om deze interacties met de hulp van onze hersens te coördineren. Daarbij beschikken wij ook over internet voor nog wat meer wisselwerking!
Stuur een reactie naar Anne Geûens